top of page

Hoe Amsterdam ons ontviel en Maastricht ons gegund werd

Foto van schrijver: Nicci Severens
Nicci Severens
21 sep
4 minuten om te lezen

Ik weet het nog als de dag van gisteren, hoe ik met mijn Lotusbloemetje van toen drie jaar in een winkelcentrum in Maastricht stond, zo een die de buitenwijkprijs van het jaar had kunnen winnen voor meest fantasieloze blok beton, maar met een knalgele Jumbo en daar stonden wij dus in de rij. Met mijn mandje in m'n hand en mijn dochter op m'n arm, zie ik hoe de menopauzerende bourgeois dame voor me zich omdraait, begint te kirren tegen Lotus en zonder verdere inleiding ineens tegen mij zegt in het typische Maastrichtse dialect: Wat een leuk kindje, is ze geadopteerd?


Nu ik erover nadenk weet ik eigenlijk niet meer zo goed welke van de vele gedachtes er het eerst bij me opkwamen op dat moment. Naast stomme verbazing, twijfelde ik tussen heel hard lachen, huilen of meteen maar meppen. Maar daarnaast dacht ik ook direct, oh nee niet dit hè. Mijn dochter die net als ik donkere haren, donkere ogen en daarbij een koffielikeurkleurige huid heeft, is half iets anders. Iets wat in de rest van de wereld onopgemerkt blijft, maar waar een bemoeizuchtige Maastrichtse oma, die een filter mist, toch iets over moet zeggen. Dan en daar besluit ik, we gaan ergens wonen waar de horizon iets breder is.


Amsterdam, waar niemand zich omdraait in de rij


Maanden later verhuisden we, nou ja ik, voor de liefde naar Amsterdam. In deze stad leert Lotus fietsen, lezen en schrijven en doorloopt ze de basisschool. Ik ervaar onze hoofdstad als een verademing, je wordt hier tenminste in je gezicht stijf gescholden door wildvreemden bij het, zonder kijken, oversteken op een zebrapad en als je terugscheldt krijg je een dikke grijns. Hier is er elke dag een feestje en in de 10 jaar dat ik er woonde heeft zich nooit iemand omgedraaid in de rij voor de kassa om een verbluffend ongepaste vraag te stellen.


Als de liefde op is en de stad geen plek heeft


Maar de liefde raakte op en Amsterdam blijkt meedogenloos als je huilend op commando (dat laatste was trouwens niet eens altijd nodig) probeert een plek te vinden als alleenstaande moeder met minderjarig kind. Van opvangplek naar onderhuur en alles ertussen, kwam toch de realisatie dat het niet ging lukken. Woede, verdriet en ongeloof. Ja maar dit kan toch niet, dit mag niet, waarom? Door de jaren heen ben ik van veel beticht, van passioneel tot knettergek en alles ertussen maar aan die ellenlange lijst kan ik sinds een tijdje 'weerbaar' wel toevoegen. Dus tranen drogen en overwegen wat dan? Wat als Amsterdam niet lukt? Dan is er toch echt maar één andere plek in Nederland waar ik dan wil wonen en dat is en blijft Maastricht.


Opgegroeid tussen heuvels en poppenkast


Ik ben opgegroeid in Maastricht, veilig, charmant, erg wit, vlak bij de grenzen en in de heuvels. Zaterdagochtenden wandelen op de Sint Pieters drempel en zondagmiddagen bij Ruben en zijn poppenkast op het pittoreske Onze Lieve Vrouweplein, waar mijn ouders zaten te borrelen op het terras en Ruben een slimme entrepreneur bleek, door tegen betaling, de lokale kids urenlang bezig te houden met zijn eindeloze variaties op Jan Klaassen en Katrien.


Onze encounter met de buitenwijk bourgeois dame in de Jumbo daar gelaten is, nu ik mijn verzet heb opgegeven, teruggaan naar het zuiden echt zo erg niet. Ja wel voor mijn puber, de wereld vergaat, zij heeft net als Mark Rutte echt geen actieve herinnering. Aan leven in Maastricht niet in ieder geval. En dat is misschien maar beter ook. In de paar jaar tussen Thailand en Amsterdam, woonden wij in een van de oudste arbeiderswijken van Maastricht, de plek waar ik altijd een zwak voor heb: Blauwdorp.


Blauwdorp, waar haar eerste woordje "ouwhoer" was


We woonden daar waar Nederlands al lang niet meer de voertaal was en mijn dochters eerste woordje "ouwhoer" was. Waar de overbuurvrouw al haar ronde 125 kilo in een roze negligé propte, die er gevaarlijk brandbaar uitzag en op slippers met bijpassende pompons en een sigaret in haar hand met regelmaat de hele buurt bij elkaar brulde op zoek naar haar dochtertje (Whiiiiiiiiiitneeeeeeeeeeyyyyyy!!! ETEN!) die met de welbekende speelkaart tussen de spaken van een retro BMX (dat dan weer wel) al ratelend door de buurt scheurde.


Een maisonnette in het centrum


Toen mijn dochter dertien-going-on-21 was, geen woord Maastrichts sprak (mijn schuld) en haar G toch iets minder zuidelijk tongviel, leek me de cultuurshock wat groot als we ons midden in plat Maastrichts Blauwdorp zouden settelen. Gelukkig vond ik een maisonnette in het centrum. Ik bedoel, balen kun je als puber maar beter daar waar het -ook in Maastricht nog wel eens- gebeurt, toch?


Maastricht gegund


Zo wonen we inmiddels weer in de stad waar ik ooit vandaan vertrok op zoek naar een bredere horizon. Of die horizon hier sindsdien breder is geworden, of dat ik dat zelf ben, daar ben ik nog niet helemaal uit. Amsterdam heeft ons tien jaar lang gegeven wat we nodig hadden, Maastricht gunt ons nu een thuis. Mocht er in de rij bij de Jumbo ooit nog eens een dame omdraaien met een ongevraagde vraag, dan weet ik in elk geval wat ik deze keer kies: heel hard lachen, en daarna gewoon afrekenen.

Opmerkingen


bottom of page